BLog

Nieuwste boven.


Blog 10 | Grotere ezel




Op een stralende middag in maart zijn alle ogen gericht op de blauwe horizon. Bemanning en patiënten kijken vol verwachting naar het nieuwe vlaggenschip. De schoonheid ligt er keurig bij; vers in de verf, moderne looks en ogenschijnlijk klaar voor het avontuur. Ze is gebouwd voor dit werk. Voor niets anders dan hoop en genezing brengen aan de allerarmsten van Afrika. Elk grammetje staal is gesmolten en gevormd met als doel het leven te veranderen van een waardevol en geliefd persoon; jong of oud, klein of groot, Jood of heiden. Een drijvend wonder, dat is het.

We hebben een mooie tijd met elkaar gehad. Het nieuwe schip, de Global Mercy is ingewijd, gebruikt voor trainingen en voorgesteld aan Afrika. Het was een blij weerzien van oude vrienden en bekenden die de overstap al gemaakt hadden. Hoewel wij hen onderling vaak beschuldigen van verraad en hen verwijtend luxepaardjes noemen, zijn deze helden toegewijd aan dezelfde missie en is hun werk even belangrijk als het onze. Het nieuwe schip zal immers niet functioneren zonder de benodigde voorbereidingen die nu getroffen worden. Ik hoop dat u een blik heeft kunnen werpen op de Global Mercy tijdens haar recente bezoek aan Rotterdam en ik ben benieuwd welke indruk het op u heeft gemaakt.


Dan over naar de goeie, ouwe, trouwe Africa Mercy. Het continent Afrika is een andere wereld. Ondergedompeld in de lokale cultuur en gewoontes lijkt het soms onmogelijk om te bedenken dat dit op dezelfde planeet is als dat kleine landje aan de Zuiderzee. Het eten, de gewoontes, de taal, het klimaat, de huidskleur, de mentaliteit, het straatbeeld, de veiligheid, het levenstempo, en ga zo maar door. De vrolijke vissers die al dansend hun brood uit het water halen met behulp van hun ranke bootjes. De thee-drinkende oude mannen op straat. De biddende menigte, ontdaan van schoenen en op een kleedje hun god schaamteloos prijzende. De slaperige, met mitrailleur bewapende beveiliger die tijdens zijn nachtdienst het toch ook niet kan laten om een hengeltje uit te gooien. De onder hun truck slapende vrachtwagenchauffeurs, of de bedelende imam-school-kindertjes in het centrum van de stad die proberen hun meerdere niet teleur te stellen. De kokosnotenkoopman met zijn platte wagen en vlijmscherp hakmes. Of de opdringerige straatverkoper bij wie veel gratis doch tegen onvrijwillige vrijwillige bijdrage verkocht wordt. Nu ik dit schrijf krijg ik spontaan zin om ze één voor één uit te tekenen. De cultuur is rijk.

We zien veel dingen waar we niet gewend aan zijn, maar ook zien we veel dingen door een andere bril dan nodig, denk ik. Verkiezingsrellen zijn hier heel normaal, en enkele doden kijkt men niet zozeer van op. Maar ach, als Feyenoord-Ajax gespeeld wordt zijn deze dingen toch ook niet heel vreemd? En een overval op straat is in de donkere straten van Den Haag toch ook geen onmogelijk idee? Wat ik in ieder geval geleerd heb is dat mensen mensen zijn, ongeacht de geboorteplaats. Traditie, ras, religie of cultuur doen er niet zozeer toe; we zijn geschapen met benen, brein, armen en autonomie. We zijn allen sterfelijke mensen, naakt geboren, en gemakkelijk ontevreden. En dan nog iets: dan te bedenken dat sommige mensen aan de andere zijde van de aardkloot naar een waterput moeten voor schoon drinkwater, in het geheim naar de kerk moeten, opgeroepen worden om de geuzennaam ‘kanonnenvoer’ te dragen. Of om nog dichterbij te blijven; wat maakt het dat jouw en mijn moeder ervoor kozen om als ‘baas van eigen buik’ ons wèl onder haar hart te dragen en onder heftige pijnen ter wereld te zetten? Waar hebben jij en ik dit leven en deze levensstandaard aan te danken?


Vaak krijg ik de vraag hoe het met me gaat. Wel, dat is niet echt in één zin te zeggen. Als een Amerikaan deze vraag stelt is het goed mogelijk dat deze persoon niet echt een antwoord verwacht; het is meer een groet. Als een Afrikaan deze vraag stelt kan het heel goed slechts een beleefde inleiding zijn op een belangrijker vraag of verzoek. Als een Fransman deze vraag stelt is het goed mogelijk dat je de vraag niet eens verstaat vanwege het zware accent dat deze mensen vaak hebben. En dan het antwoord. Als je überhaupt besloten hebt om een antwoord te geven. Geen antwoord geven kan leiden tot een gevoel van afwijzing of kan zelfs gezien worden als belediging. Antwoorden dat het goed gaat zet je weer voor een nieuw dilemma: ga ik het nu terug vragen? En zo ja, meen ik het dan oprecht? En als ik antwoordt dat het slecht gaat zal dat mensen zwaar shockeren. We verwachten immers dat het altijd met iedereen goed gaat. We willen geen klager zijn. Toch? Afain. Met mij gaat het goed. Met u ook, hoop ik.

Inmiddels ben ik weer terug aan boord na zojuist een poosje in Nederland te zijn geweest. Het was goed. De toekomst is onzeker. De verwarring heerst, is het niet? Hoe klinkt dat oude liedje ook alweer? Blauw, wit en rood zijn de kleuren van de vlag? Op het vliegveld zag ik een bezorgde en gehaaste vader en moeder rennen om hun vlucht te halen. Voor het gemak had de vader hun 2 jarig kind maar op z’n nek gezet. Het kind schaterde van plezier, werkelijk niets beseffende van de bedreigingen maar zich slechts verheugende in het moment en volledig vertrouwende op de vader. Een treffend beeld, vanuit alle opzichten.


Is er hoop? Als ik in gedachten naar de blauwe horizon kijk zie ik een oud wit schip met een kruis bovenop de ranke mast. Het kruis geeft hoop. En dat nieuwe schip? Iets om trots op te zijn? Welnee. Om het in de woorden van de barmhartige Samaritaan te zeggen: het is slechts een grotere ezel.


Voor nu, vaar wel!

Jako